Martine over het ontstaan, de groei en de toekomst van CoderDojo Belgium.
Gebouwd op waarden, gedragen door vrijwilligers.
Greet, community manager Vlaanderen, ging langs bij Martine, oprichtster van CoderDojo Belgium. Niet in een vergaderzaal, maar onderweg — met paard en kar, een manier van bewegen die Martine typeert. Tijdens een rustige tocht ontstaat een open gesprek over hoe CoderDojo in België begon, over vrijwilligers, energie, waarden en wat nodig is om een community duurzaam te verankeren.
Greet: Als je terugkijkt op de allereerste stappen om CoderDojo in België te starten — niet praktisch, maar qua gevoel — wat deed dat met jou?
Martine:
“Vanaf de beslissing in oktober tot de eerste dojo in maart is het eigenlijk heel snel gegaan. En eerlijk: de stappen die we zetten, werkten goed. De eerste grote uitdaging was een locatie. De eerste plek die ik contacteerde, een start-up/incubator in Antwerpen, wilde meteen meewerken. CoderDojo was toen nog totaal onbekend, maar die man was meteen enthousiast en stapte zelfs in het kernteam.”
Greet: Wat was op dat moment het moeilijkste?
Martine:
“Hoe begin je eraan? Wat moeten coaches kunnen? Hoe organiseer je kinderen? Ik had contact met Ierland en zij zeiden: ‘Wij komen af.’ Onze eerste coaches zijn meegegaan naar een dojo in het Europees Parlement. Ze kregen advies van Ierse coaches, maar ook van kinderen. Dat was zo’n bijzonder moment: kinderen die aan volwassenen uitleggen wat ze moeten doen.”
“Toen we de dojo openstelden, was die op twee dagen volledig volzet.”
Greet: Waar vond die eerste dojo plaats?
Martine:
“In een zijstraat van de Meir in Antwerpen, in die incubator. Het was een industriële plek, toen nog heel uitzonderlijk: een oud bankgebouw met open ruimtes, een koffiebar en zelfs een barista. Vandaag is dat normaal, maar toen was dat echt bijzonder.”
“We hadden dertig kinderen op twee dagen, maar amper twee of drie pc’s. In die tijd had nog ongeveer een derde van de kinderen thuis geen computer.”
Greet: Hoe hebben jullie dat opgelost?
Martine:
“Dat was niet evident. Ik ben bij de CEO van Telenet gaan aankloppen om pc’s te kunnen aankopen. Eerst kreeg ik te horen dat ik al zoveel deed en dat dit er misschien niet meer bij moest. Ik was zó kwaad dat ik ’s avonds in bed een lange mail schreef.”
“Maar het probleem bleef. Uiteindelijk heeft hij me persoonlijk een cheque gegeven, van zijn eigen geld, via de Koning Boudewijnstichting. Daarmee kochten we tien refurbished pc’s. Dat was veel geld, maar pc’s waren toen ook veel duurder.”
Greet: Hoe verliepen die eerste dojo’s zelf?
Martine:
“Er was enorm veel persaandacht. Ouders en kinderen waren enthousiast. Ik had zelfs alle kabels vastgeplakt omdat ik dacht dat kinderen zouden rondrennen zoals op een verjaardagsfeestje. Dat gebeurde helemaal niet. Ze waren super geconcentreerd.”
“Wat vooral bleef hangen: energie en succes. Dat werkte aanstekelijk. Er hing ook een soort ‘boy-scoutgevoel’: veel plezier, veel gekheid. Dat is later wat meer ‘nerd-cultuur’ geworden — wat helemaal oké is — maar die gekheid zorgde toen voor vriendschap. En vriendschap geeft moed om door te zetten.”
Greet: Het lijkt alsof het meteen groot werd.
Martine:
“Het was eigenlijk een test, maar het werd onmiddellijk een reguliere dojo. Die groeide tot vijftig deelnemers. In het begin hadden we het principe: eerst laten groeien tot er genoeg coaches zijn, en pas dan splitsen. We zeiden zelfs vaak ‘nee’ tegen nieuwe initiatieven.”

“De tweede dojo ontstond in Genk, daarna Gent. West-Vlaanderen en Limburg groeiden ongelooflijk snel. Antwerpen groeide eerst sterk op één plek en splitste later. Coaches sprongen ook regelmatig bij in andere dojo’s. Dat eerste anderhalf jaar hadden we geen medewerkers.”
Greet: Dat gebeurde allemaal met vrijwilligers?
Martine:
“Ja. We roteerden de mailbox en deden alles bovenop onze job. Soms denk ik: ik was echt zot. Maar de intrinsieke motivatie van vrijwilligers is enorm. In het begin had ik nachtmerries dat ouders voor gesloten deuren zouden staan of dat coaches niet zouden opdagen. Dat is nooit gebeurd.”
“Als mensen gemotiveerd zijn, hoef je niet te controleren. Dat heb ik daar echt geleerd.”
Greet: Toch was er ook een stevige backbone.
Martine:
“Absoluut. Veel landen hebben losse dojo’s, maar wij hadden een backbone. Met veel steun van Telenet: verzekeringen, juridische ondersteuning, contracten, administratie. Dat is net het werk waar vrijwilligers vaak een hekel aan hebben, maar dat wel essentieel is.”
“Zonder die ondersteuning had ik dit nooit zo kunnen opzetten. De juridische dienst van Telenet heeft in het begin enorm veel gedaan. Ook de eerste website kwam er via die weg, als goodwill.”
Greet: Wanneer kwam er voor het eerst financiële ademruimte?
Martine:
“Dat was eigenlijk een mirakel. Iemand van de scouts zei: ‘Waarom vraag je geen subsidies?’ Ik wist niet eens hoe dat moest. Hij heeft het jeugddossier geschreven en we kregen 90.000 euro.”
“Toen hebben we beslist om iemand aan te nemen: Bettina, onze eerste communicator. Zij heeft enorm veel betekend voor CoderDojo. Je ziet vandaag nog altijd wat voor legacy dat heeft — Bettina wordt echt nog altijd op handen gedragen.”
Greet: Had je dit succes verwacht?
Martine:
“Absoluut niet. Maar toen was er ook niets. In die periode zat ik in het STEM-platform en was ik voorzitter. Een van de eerste ideeën richting de Vlaamse overheid was het concept van STEM-academies, zoals muziek- of sportacademies.”
“In dezelfde periode ontstonden initiatieven zoals de Techniekacademie en later ook CodeFever. Dat is complementair. Persoonlijk vind ik het niet ideaal om kinderen buitenschools opnieuw in een klassikale setting te dwingen, maar sommige kinderen hebben daar wel nood aan. Dan is het goed dat het naast elkaar kan bestaan.”
Greet: Wat maakte CoderDojo volgens jou duurzaam?
Martine:
“De waarden. In het begin was het succes zelfs te groot. Er waren wachtrijen en bedrijven klopten aan — HP, Microsoft, Oracle — en vroegen commerciële return.”
“Microsoft wilde sponsoren op voorwaarde dat we hun tools gebruikten. Oracle wilde per se dat we op hun platform draaiden. We hebben altijd nee gezegd. Geen voorwaarden. Geen tools opleggen. CoderDojo moest neutraal blijven. Concurrenten zijn geen vijanden.”
Greet: Die waarden speelden ook mee in de keuze van locaties?
Martine:
“Zeker. Niet in bedrijven en niet in scholen. Scholen kunnen het gebruiken als marketinginstrument, en praktisch geeft dat problemen. Bibliotheken en cultuurcentra zijn neutraal. Dat lijken details, maar het zijn net die keuzes die het duurzaam maken.”
Greet: Zijn er momenten die voor jou samenvatten waar CoderDojo voor staat?
Martine:
“Een dojo waar kinderen CEO’s coachten. Ik zag een CEO letterlijk verlamd zitten terwijl een kind uitlegde hoe je een netwerk opzet.”
“Of show-and-tell: een ingenieur die een geprogrammeerde roze pony toont. Of een meisje van tien dat moleculen in 3D uitlegt. Dat was voor mij dé eyeopener: probleemoplossend denken is een talent. En als je het visueel maakt, zie je kinderen groeien.”
Greet: Hoe kijk je vandaag naar de organisatie?
Martine:
“Covid was verschrikkelijk. Het team is twee keer bijna volledig onderuit gegaan. Dat heeft getoond hoe belangrijk verankering is.”
“Mijn ongerustheid gaat niet over loslaten, maar over de organisatie. We moeten sterker verankeren in de community. Leden moeten meer inbreng krijgen in beleid en strategie.”
Greet: Die rol ligt vandaag bij Karin?
Martine:
“Ja. Karin is uiteindelijk die rol opgenomen. Wat we nu nodig hebben, is iemand die op CXO-niveau visibiliteit geeft aan CoderDojo en het verhaal uitdraagt in het bedrijfsleven. Die ambassadeursrol was weggevallen.”
“Het operationele werk wordt vandaag gedragen door het core team — door jullie.”
Greet: Als je vooruitkijkt, wat hoop je nog te zien?
Martine:
“Meer trekkers vanuit de community. Mensen die de klappen van de zweep kennen. Kleine dojo’s zijn duurzamer dan mega-events. Grote events geven zichtbaarheid, maar kunnen mensen ook opbranden.”
“Vandaag haal ik mijn meeste voldoening uit zien hoe anderen het verderzetten en groter maken. Dat evolueert in je carrière.”
Greet: Wat is de belangrijkste les die je zou willen meegeven?
Martine:
“Je mag nooit toegeven op je waarden. Want als je dat één keer doet, zijn het geen waarden meer.”
“En energie — dat is een emmer. Je moet zorgen dat kinderen én coaches er energie uit blijven halen.”
Greet: Heel erg bedankt Martine voor dit waardevol gesprek!
📌 Blijf op de hoogte & ontdek meer!
Heb je dit verhaal leuk gevonden? Duik verder in onze community! 💡
👉 Ontdek andere inspirerende blogs over vrijwilligers, Ninja’s, events en digitale skills.
👉 Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang inspirerende verhalen, tools om thuis te programmeren en updates recht in je inbox!